Fietsveiligheid

Hierover dient een veilige fiets te beschikken:

Verlichting

Niet alle fietsverlichting is officieel toegestaan voor gebruik in het wegverkeer. Wat betreft verlichting heb je de volgende drie keuzes:
Klassieke verlichting met een dynamo, die zowel de koplamp als het achterlicht van energie voorziet.
Het nominaal vermogen moet wettelijk minstens 3 Watt zijn bij een nominale spanning van 6 Volt.
Verlichting aangedreven door niet oplaadbare batterijen, die onafhankelijk van elkaar of tegelijkertijd kunnen functioneren.
Vroeger konden koplamp en achterlamp alleen tegelijkertijd worden gebruikt. Ook verlichting met batterijen moeten een nominale spanning van minstens 6 Volt hebben.

Verlichting aangedreven door oplaadbare batterijen of accu’s..
Ook deze zijn in veel gevallen onafhankelijk van elkaar te gebruiken.
Het is wettelijk nog een grijze zone of je afneembare verlichting altijd bij je moet hebben. In de regel levert dit geen problemen op wanneer je overdag wordt gecontroleerd.
Wanneer de schemering echter valt en je wordt gecontroleerd, kan dit een ander verhaal worden. Het is dan ook het beste, wanneer je je afneembare fietsverlichting altijd bij je hebt op de fiets.
Dit is ook wel zo veilig wanneer het plotseling donker wordt!
Je fiets moet beschikken over een koplamp met wit licht en een achterlamp met rood licht, oranje reflectoren aan de pedalen en, wanneer voorhanden, aan de bagagedrager.
Wanneer je geen reflectoren aan de spaken hebt, zijn buitenbanden met reflecterende strepen een verplichting.

 

Remmen en bellen

Omdat remmen onmisbaar zijn, bestaan hiervoor duidelijke regels.
Zo moet een fiets over een terugtraprem of over twee onafhankelijk van elkaar te bedienen handremmen beschikken.
Dit kan een combinatie zijn van een terugtraprem achter en een velgrem aan het voorwiel, of alleen een velgrem achter.
Hiernaast hoort een bel tot de wettelijk verplichte uitrusting van een fiets die in het wegverkeer gebruikt wordt.